Op analoge wijze als de weergave van conventionele rendementscurven wordt hier de toestand van de renteschaal van twee munten tegelijk weergegeven, evenals het opgetekend verschil dat in het grijs onderaan afgebeeld is.
De meeste curven evolueren onafhankelijk van elkaar. De algemene globalisering heeft echter de afhankelijkheid van alle curven bevorderd. Het is dan ook interessant na te gaan of de verschillende renteschalen op een gelijkaardige manier evolueren. Maar omdat curven glijden, is het niet altijd evident om de evolutie van hun renteverschil af te leiden. Daarom wordt het apart, op dezelfde grafiek, weergegeven. De blauwe curve stelt de euro voor en dient als referentie. Alleen het gemeenschappelijk gedeelte van beide curven wordt weergegeven. De gegevens zijn afkomstig van de internationale obligatiemarkt. Ze kunnen wekelijks fors variëren, hetgeen verklaart waarom de schaal van de respectievelijke grafieken niet altijd vast ligt.
Verschillende bewegingen kunnen vastgesteld worden. Parallelle bewegingen duiden aan dat er fundamenteel geen wijziging is ontstaan tussen de twee betrokken munten. Dat moet, in normale omstandigheden, ook wijzen op stabiele wisselkoersen. Wanneer een curve zich verwijdert van de andere, dan gaat dit meestal gepaard met wisselspanningen.
Als voorbeeld nemen we de evolutie van de rentetarieven in Zweedse kroon (SEK) tegenover die van de eurotarieven (EUR). Beide munten zijn met elkaar verbonden door het Europees Monetair Stelsel II. Dit maakt dat hun renteschalen nooit ver van elkar verwijderd kunnen zijn. Toch stelt men vast, tot midden september 2006, dat de SEK vaak minder opbracht dan de EUR. Een teken dat de marktoperatoren meer vertrouwen hebben in de Zweedse munt dan in de euro.