De koersgevoeligheid of volatiliteit schommelt in functie van het niveau van de rentetarieven. De schommeling is echter niet rechtlijnig. De verhouding tussen het niveau van het rendement of dat van de rentetarieven en de obligatiekoers neemt de vorm van een convexe kromme. Hetgeen met zich meebrengt dat als de rentetarieven stijgen, de daarop volgende daling van de koersen minder uitgesproken zal zijn dan hun stijging in het geval de rentetarieven zouden dalen. De kromming of convexiteit van de curve is afhankelijk van de restlooptijd - hoe langer ze is, hoe krommer de curve - en van de grootte van de nominale coupon - hoe lager hij is, hoe krommer de curve.
De convexiteit is een maatstaf voor de kromming van de curve. Hij wordt door een onbenoemd getal weergegeven : hoe groter dat getal, hoe krommer de curve.
De convexiteit laat de obligatiehouder toe dat stuk uit een reeks te kiezen dat het best aan zijn wensen voldoet als hun koersgevoeligheid zogoed als gelijkwaardig zijn. Wil men van de koersbeweging profiteren die een renteschommeling teweegbrengt, dan zal men die obligatie uitkiezen die de grootste koersgevoeligheid heeft samen met de laagste convexiteit. Wil men daarentegen de kapitaalwaarde van zijn obligatiebelegging zoveel mogelijk tegen rentebewegingen vrijwaren, dan zal men de voorkeur geven aan die obligaties met de laagste koersgevoeligheid gekoppeld aan een zo belangrijk mogelijke convexiteit.