Rendementscurve

Een rendementscurve is de grafische weergave van een renteschaal in een bepaalde munt. Op basis van de gemiddelde rendementen van eersterangsobligaties (rating AAA) toont de grafiek de evolutie van de voorbije zes maanden van de weekcurven. Extreme rendementswaarden zijn systematisch uitgeschakeld terwijl de ontbrekende waarden doormiddel van de B-Spline-methode aangevuld zijn.

Een rendementscurve laat toe in een oogwenk het beeld van de renteschaal te krijgen. Ze laat verder de vergelijking toe tussen het rendement van een bepaalde obligatie met het marktgemiddelde. Alzo kan men afleiden of het stuk al dan niet te duur is.

De evolutie van de curve geeft inzicht in het marktgebeuren. Rentetarieven schommelen immers altijd. Ze evolueren normaal in een gegeven richting zonder dat de curve fundamenteel van vorm verandert. De beweging kan echter chaotisch verlopen. Hoe dan ook, de beweging van de curve in de tijd kan een inzicht geven in de toekomst. De weekcurven gaan terug tot zes maanden voordien. De actuele curve is aanvankelijk in het rood weergegeven terwijl de opeenvolgende weekcurven in het blauw verschijnen. Zodra de weekcurve de actuele bereikt, wordt deze laatste eveneens blauw.

Wanneer de beweging gedurende meerdere weken aan een stuk zich voortzet, kan men er allerhande economische factoren uit afleiden. Men onderscheidt vier fundamentele bewegingen :

1. Een vervlakking ingevolge een snellere stijging van de korte termijntareiven dan de lange. Zo'n beweging weerspiegelt monetaire en/of politieke spanningen. Zet de beweging zich voort, dan kan de curve invers worden. Inverse curven zijn voorboden van recessies : niemand wil immers op lange termijn investeren - grotere risico's aangaan - als de opbrengsten van korte termijnbeleggingen hoger liggen. Inverse renteschalen voeden bovendien de speculatie.

2. Een vervlakking afkomstig van een snellere daling van de lange termijntarieven dan de kortere. Dit komt voor bij economische groeivertraging. Als de korte termijntak van de curve standhoudt, dan duidt de beweging aan dat de monetaire overheid zich weinig inspant om de toestand te verbeteren. Een inversie kan ook het gevolg hiervan zijn bij langdurige daling van de curve.

3. Een verstrakking ingevolge een inzinking van de korte termijntarieven. Dit kan voorkomen wanneer de monetaire overheid te haasstig reageert en ondoeltreffende maatregelen neemt om de conjunctuur te verbeteren. De inzinking is een uiting van wantrouwen.

4. Een verstrakking ingevolge een forse stijging van de lange termjintarieven. Dit is vaak de voorbode van inflatieversnelling.

We herhalen dat de beweging gedurende meerdere weken aan een stuk moeten plaats vinden om als teken van economische omwenteling te fungeren. Zodra de achtergebleven tak van de curve de beweging van de andere inhaalt is niet langer sprake van een evenwichtsverstorende beweging. Men spreekt dan liever van een parallel shift of een glijden van de renteschaal. Als het glijden opwaarts gebeurt, dan is er inflatie op komst of  de conjunctuur verslechtert. Glijdt de curve neerwaarts, dan hoeft men zich geen zorgen te maken.

Het kan gebeuren dat bij de weergave van de opeenvolgende curven in de grafiek de schaal plots verspringt. Dit heeft te maken met het feit dat de gegevens waarop de curve steunen niet altijd beschikbaar zijn. Omdat de curven afgeleid worden van gemiddelden binnen gedefinieerde tijdsintervallen, kan het gebeuren dat voor sommige weken er minder verhandeld is geweest en dus geen rendement voorhanden is. Het verspringen heeft meestal plaats aan het einde van de tijdsschaal (duur). Het kan ook gebeuren op de vertikale as wanneer de curven te vlak evolueren.

Als voorbeeld geven we de curve van de NOK weer op 18 augustus 2006. We zien haar evolutie sinds 12 februari 2006, zes maanden eerder dus. De blauwe curve geeft de rentestand weer voor de betrokken week. Ze beweegt totdat ze zich vereenzelvigt met de actuele curve van 18 augustus 2006, oorspronkelijk in het rood afgebeeld. In tegenstelling met de wekelijkse curven van site, de voorbeeldcurve blijft doorlopen. Een snelle analyse vertelt ons dat de stijging, op het eerste gezicht wat chaotisch, eigenlijk heel normaal verloopt : de curve ondergaat noch een vervlakkiing, noch een verstrakking. De stijging is een uiting van inflatieversnelling en tegelijk groeivertraging.