Depreciatiefactor

Als men in vreemde valuta investeert, dan loopt men een wisselrisico. De omvang ervan is onmogelijk te bepalen. Men kan echter wel de maximale grootte ervan berekenen. Men hoeft daarvoor het rendement van de betrokken obligatie te vergelijken met dat van een gelijkaardige lening uitgedrukt in eigen munt, in casu de euro. Als het rendement van de eerste hoger uitvalt dan dat van de tweede, dan zal een daling van de wisselkoers van de vreemde munt gedeeltelijk tot volledig gecompenseerd worden door het meerrendement van de uitgifte. Een belegging in vreemde valuta heeft immers alleen zin als ze meer opbrengt dan de euro.

Om de depreciatiefactor van de betrokken munt te bepalen berekent men de opbrengst die een gelijklopende lening in euro zou geleverd hebben en deelt men het resultaat door de opbrengst van de betrokken lening. De verhouding tussen beide opbrengsten stemt met de depreciatiefactor overeen. Voor het gemak wordt ze in per cent uitgedrukt. De factor is geldig voor de hele looptijd van de uitgifte aangekocht tegen de inschrijvingsprijs. Hoe langer de looptijd van de lening, hoe groter de depreciatiefactor zal zijn.

Een voorbeeld : de Landwirtschaftliche Rentenbank bracht een ZAR-emissie uit op 5 jaar. Het stuk droeg een nominale coupon van 9% en werd uitgegeven tegen 100,775%. Het gaf 8,80% rendement. Op dat ogenblik zou een 5-jarige eurolening 3,73% leveren, volgens de gegevens afgeleid van de rendementscurve. Op basis van deze twee rendementstarieven leidt men af dat het wisselkoersverlies van de ZAR tegenover de euro over de 5 jaren 21,24% mag bereiken. Zakt hij verder onderuit, dan zou de Rentenbank minder beginnen op te brengen dan een lening in euro. Meent men dat de ZAR weinig kans maakt een vijfde van zijn waarde kwijt te spelen gedurende de komende 5 jaar, dan mag men gerust inschrijven. Zoniet,dan blijft men liever van het stuk af.

Wanneer de depreciatiefactor negatief is, dan duidt hij een opwaardering van de betrokken munt aan opdat de obligatieopbrengst die van een gelijkwaardige euro-lening zou evenaren. Kommunekredit, bijvoorbeeld, bracht op hetzelfde ogenblik als de ZAR-uitgifte van de Rentenbank een lening in Zwitserse frank uit. Ze droeg een coupon van 2,875%, liep 25 jaar en werd uitgegeven tegen 100,735%. Haar rendement bedroeg 2,83%. Een obligatie in euro op 25 jaar op dat ogenblik leverde 4,33%. De verhouding tussen beide rendementen uitgezet op 25 jaar leert ons dat de CHF over die 25 jaar met 43,67% zou moeten opwaarderen (negatieve depreciatiefactor van : -43,67%) opdat de obligatiehouder evenveel zou realiseren als met een lening in euro.

De depreciatiefactor geeft geen enkele aanwijzing over de opportuniteit om een vreemde muntobligatie aan te kopen. Hij dient alleen om de grootte van het te dragen wisselrisico te bepalen en refereert zich steeds tot een eersterangsobligatie met eenzelfde restlooptijd. Het is aan de geďnteresseerde koper te bepalen of de inschrijving de moeite loont.