Onder gevoeligheid of volatiliteit verstaat men een variatie ondergaan als gevolg van de verandering van een externe factor. In dit geval gaat het om een variatie van de koers naar aanleiding van een rente- of rendementsbeweging.
Het aangeduide getal valt in twee delen uiteen. Het eerste deel is het teken van het getal, dat altijd negatief is. Het duidt aan dat de variatie in omgekeerde richting zal verlopen dan de beweging die ze induceert. Als de rentetarieven, die het rendementsniveau bepalen, stijgen, dan zal de koers van de betrokken obligatie dalen. In het omgekeerde geval zal de koers stijgen.
Het tweede deel is de waarde van het getal zelf. Het betreft een multiplicator. Men zal de vastgestelde beweging moeten vermenigvuldigen met dit getal en toevoegen aan of aftrekken van de beschikbare koers om de nieuwe stand ervan af te leiden. De koersgevoeligheid is alleen betrouwbaar voor kleine rentebewegingen. Als de rentebeweging omvangrijk is, dan zal het resultaat afgeleid met behulp van de koersgevoeligheid de koersbeweging overdrijven : de koersdaling zal te fel zijn in geval van rentestijging en de koersstijging zal overdreven zijn in geval van rentedaling.
Een koersgevoeligheid van -5,15, bijvoorbeeld, betekent dat een rentedaling met 1% toepasselijk op de betrokken obligatie, de koers ervan met 5,15% zal optrekken. Stijgen de rentetarieven met 0,6% daarentegen, dan zal de koers met 3,09% (=0,6% x 5,15) dalen.
De koersgevoeligheid vermindert met de tijd. Ze is het grootst wanneer de coupon het kleinst is. Obligaties zonder coupon (nulcoupons) hebben een grotere koersgevoeligheid dan andere vastrentende stukken die hetzelfde rendement voorleggen.
De koersgevoeligheid evolueert ook in functie van het rendementsniveau of de rentestand. De verhouding tussen de koers en het rendement van een obligatie is niet rechtlijnig (zie convexiteit).
Van twee obligaties met gelijkwaardig rendement zal men de voorkeur geven aan het stuk met de grootste koersgevoeligheid als men wil inspelen op toekomstige rentebewegingen. Verkiest men echter het belegde kapitaal veilig te stellen, dan zal men voor obligaties met geringe koersgevoeligheden opteren.