Het rendement van een obligatie is functie van de kwaliteit van de emittent gemeten aan zijn rating, van de aanwezigheid van waarborgen, van de structuur van de uitgifte (met of zonder bijzondere clausules zoals een vervroegde terugbetaling call of de achterstelling van de lening) en van de restlooptijd van de lening.
Eersterangsleningen - rating AAA - zonder bijzondere clausules dienen als referentie en komen in aanmerking voor de berekening van de rendementscurve of het gemiddelde marktrendement.
De marge is het verschil tussen het rendement van de betrokken emissie tegen uitgiftevoorwaarden en dat van een onberispelijke AAA-emittent in EUR van gelijke duur. De marge geeft dus aan hoeveel meer of minder de betrokken emissie verschaft tegenover wat op de markt haalbaar is.
Voor emissies in EUR moet de marge positief zijn zodra de rating van de emittent lager dan AAA is. Hoe slechter de rating, hoe groter de marge. Onder BBB-klasse neemt de marge exponentieel toe. Het gebeurt echter dat de marge negatief is als de betrokken emittent een bijzonder aantrekkelijke lening uitbrengt of inspeelt op zijn reputatie.
Luidt de emissie in vreemde munt, dan geeft de marge het rendementsverschil aan met een onberispelijke EUR-lening, zonder wisselrisico dus.
Begin oktober 2006 bracht de Franse warenhuisketen Carrefour een 10-jarige EUR-lening uit met een coupon van 4,375% tegen 99,224%. Het rendement van deze emissie bedroeg 4,47%. Op dat ogenblik gaf een AAA 10-jarige EUR 4,17%. Carrefour bracht dus 0,30% of 30 basispunten meer op zoals de marge het toen aanduidde.
Een vergelijking tussen de marge, de gehanteerde koersen op de secundaire markt en het toegelaten koersverschil geeft een algemeen beeld van de aantrekkelijkheid van de lening.