Rendementsgevoeligheid

Onder gevoeligheid of volatiliteit verstaat men een variatie ondergaan als gevolg van de verandering van een externe factor. In dit geval gaat het om een variatie van het rendement naar aanleiding van een koersbeweging. 

De rendementsgevoeligheid is dus het tegenovergestelde van de koersgevoeligheid. Het getal bestaat eveneens uit twee delen. Het eerste deel is het teken dat altijd negatief is en de richting aangeeft waarin het rendement zal variëren naar aanleiding van een koersbeweging. Het tweede deel, de waarde van het getal, is de multiplicator. De vastgestelde variatie zal vermenigvuldigd moeten worden met dit getal en opgesteld of afgetrokken van het beschikbaar rendement om er zijn nieuwe stand uit af te leiden.

Net zoals het gold voor de koersgevoeligheid, is de rendementsgevoeligheid alleen betrouwbaar voor gering koersbewegingen. Ze neemt toe naarmate de restlooptijd verkleint en in functie van de grootte van de nominale coupon.

Een rendementsgevoeligheid van -0,32 betekent dat bij een koersstijging met 0,5% het rendement met 0,16% (=0,5% x 0,32) zal dalen Als de koers met evenveel daalt zal het rendement met 0,16% toenemen.

De rendementsgevoeligheid laat de obligatiehouder toe het gewicht van taksen, transactiekosten en mogelijke prijsverschillen op het gepubliceerd rendement in te schatten. Als de aangegeven koers 101,25% bedraagt en het rendement op 4,08% staat met een rendementsgevoeligheid van -0,18, als de obligatiehouder dit stuk tegen 101,50% aangeboden krijgt, waar bovenop 0,6% transactiekosten aangerekend worden, dus 0,85% duurder, dan weet hij dat zijn obligatie slechts 3,93% zal leveren, namelijk 4,08% -(0,85% x 0,18).