Return

Het onderscheid tussen return en actuarieel rendement is eenvoudig. De eerste betreft het verwezenlijkte rendement terwijl het tweede met een verwachting overeenstemt. Het actuarieel rendement is het rendement dat men pas zal realiseren op de vervaldag van de obligatie. De return, daarentegen, geeft het rendement weer dat tussen de dag van aankoop en de dag van verkoop of terugbetaling effectief gerealiseerd is. Beide waarden zullen pas gelijk zijn op de vervaldag van de betrokken obligatie.

De return van een obligatie zal haar actuarieel rendement overschrijden zodra de koers van het stuk de aankoopprijs ervan overtreft. In het omgekeerde geval zal de return logischerwijze lager uitvallen dan het actuarieel rendement. Een positieve return duidt dus op een kapitaalmeerwaarde aan. Wetend dat zo'n kapitaalmeerwaarde onherroepelijk zal verdwijnen hoe dichter de vervaldag van de obligatie nadert, is het aangewezen zich de vraag te stellen of men er niet beter aan doet de obligatie te vervangen door een nieuwe en alzo de meerwaarde om te zetten in rentende kapitaal. De return fungeert dan als beheersmaatstaf.

De waarde van de return is functie van de aankoopwwarde van de obligatie (constante) en haar acutele verkoopwaarde (variabel). Ze hangt ook af van de houderschapsduur van het stuk. Als de duur erg klein is, zal de returnwaarde overdreven zijn. De return wordt immers op jaarbasis uitgedrukt. Een stijging met 1% op een jaar tijd, bijvoorbeeld, stemt overeen met een return van 1%. Maar als die stijging op één dag plaatsvindt, dan bedraagt de return maar liefst 3.678%. Heeft de stijging zich in een week voltrokken, dan zal de return 67% bedragen. Om vergelijkingen mogelijk te maken is het aangewezen alleen rekening te houden met returns berekend op intervallen van en jaar of langer.

De tabel is opgesteld vertrekkend van theoretische obligatiekoersen. Ze houdt alleen rekening met de gemiddelde waarden van eersterangsobligaties die internationaal verhandeld worden. Ze veronderstelt dat de stukken een jaar geleden aangekocht zijn geweest en alleen de dan beschikbare looptijden komen in aanmerking. De opgesomde gegevens zijn als volgt te ontleden :

CAD 9-12-2005 8-12-2006 3.91 %
Oorspronkelijke looptijd Oorspronkelijk rendement Actuele return Verschil
2 4.03 % 3.92 % -0.11 %
3 4,12 % 4.22 % +0.10 %

De eerste rij somt de munt op, de aankoopdatum, de actuele referentiedatum voor de berekening van de return en het toen geldend rendement op1 jaar. De eerste kolom geeft de opeenvolgende looptijden van de obligaties die op de aankoopdatum beschikbaar waren. Die looptijden zijn in jaren uitgedrukt. De tweede kolom geeft het toenmalige gemiddeld rendement weer in functie van de looptijd. De derde kolom verschaft de theoretische return in functie van de theoretische verkoopwaarde van de obligatie. De laatste kolom geeft het verschil weer tussen beide waarden.

De voorbeeldtabel is dus als volgt te interpreteren. Wie op 9 december 2005 een CAD-obligatie op 2 jaar kocht, kon op een rendement van 4,03% rekenen. Een jaar later, op 8 december 2006, is de koers van de obligatie lichtjes gedaald zodat haar return op 3,92% neerkomt. De houder verliest dus 11 basispunten op een jaar tijd zo hij dat stuk zou verkopen. Toch blijkt de return na één jaar in lijn te zijn met het rendement dat hij toen had kunnen behalen (3,91%). Had hij daarentegen een 3-jarige lening aangekocht, dan haalde hij een jaar later een return die 10 basispunten hoger lag dan zijn oorspronkelijk rendement.

De returns en de verschillen laten ook toe de invloed van rentebewegingen op de obligatieprestaties na te gaan. Het resultaat is echter afhankelijk niet alleen van de restlooptijd van de obligatie, maar ook van de rentebeweging eigen aan die restlooptijd. De gevoeligheid legt het verband tussen beide factoren uit.

De gepubliceerde returns houden geen rekening met wisselkoersbewegingen.